02-02-2018 | Shorttrack

Selectiecriteria WK Junioren Shorttrack 2018

Deelname aan het WK junioren wordt gebaseerd op limiettijden, time-trials en flying laps. Trials en flying laps: woensdag 21 februari 21u45-22u45 in Kristallijn Gent.

 

  1. Limiettijd 500m, 1000m en 1500m

Er worden twee series limiettijden vooropgesteld: zachte limiettijden (+10% boven JWR) en harde limiettijden (+6.5% boven JWR). De zachte 500m-tijd is wat hoger. De zachte limiettijden geven toegang tot de time-trials (zie 3). Elke schaatser die in overweging wordt genomen moet sneller schaatsen dan minstens éé‎n van de zachte limiettijden. Het breken van een harde limiettijden garandeert een individuele startplaats (*).


(°) 500m zacht500m hard1000m zacht1000m hard1500m zacht1500m hard
Vrouwen 47.5 46.38 1:36.79 1:34.51 2:31.27 2:27.71
Mannen 45.5 43.11 1:32.24 1:29.30 2:26.52 2:21.86

 Deadline: na de laatste StarClasswedstrijd (12/02/2018)

 

  1. Resultaten op grote internationale wedstrijden

Er zijn ook mogelijkheden om zich te bewijzen op grotere schaatswedstrijden tijdens het seizoen (zoals StarClass, Danubia Cups en Alta Valtellina Trophy).

Onderstaande resultaten geven recht op een individuele startplaats op het WK Junioren indien ook aan voorwaarde (1) wordt voldaan: (*)

  • Junioren A: Het behalen van top 12 op minstens 1 afstand

  • Junioren B: Het behalen van top 8 op minstens 1 afstand

Deadline: na de laatste StarClasswedstrijd (12/02/2018)


  1. Time-trial over 7L

Er wordt een time-trial ingericht voor schaatsers die niet voldoen aan beide voorwaarden, maar wel aan (1) of (2). Ook wanneer er te veel schaatsers voldoen aan beide voorwaarden is deze time-trial eveneens noodzakelijk. De time-trial gaat over 7 ronden en wordt indien mogelijk met elektronische tijdwaarneming opgenomen. Elke schaatser heeft het recht om de time-trial tweemaal af te leggen. De beste tijd telt. De snelste schaatsers krijgen een individuele startplek voor het WK Junioren (aangevuld op de reeds geplaatste kandidaten, maximum dus 3).

 

  1. Startplaats aflossing - flying lap

Als vierde man voor de aflossing wordt de schaatser geselecteerd die de snelste rondetijden kan neerzetten (en nog niet behoort tot de drie individuele geselecteerde schaatsers). De tijd van twee flying laps worden opgeteld die met maximum 90 seconden rust tussenin dienen uitgevoerd te worden (bij voorkeur met elektronische tijdwaarneming). Er mag maximaal tweemaal geprobeerd worden. Het beste resultaat telt.